Asbest
is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende
mineralen (silicaten),
die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine
vezels. Asbest is een
natuurlijk product. Het is een
delfstof die wordt gewonnen
in onder andere
Zuid-Amerika,
Rusland en
Canada. Er is een aantal
verschillende asbestmineralen. Asbestvezels zijn onder te
verdelen in twee hoofdgroepen:
Alleen aan de
kleur van het ruwe asbest kan men zien tot welke
soort het asbest behoort. Wanneer het materiaal verwerkt is,
kan dat niet meer. Alleen laboratoriumanalyse kan dan nog
uitsluitsel geven. Asbestvezels
kunnen zo fijn zijn dat zij niet met het blote oog waar te
nemen zijn. De stad
Asbest in Rusland is
vernoemd naar dit natuurlijke product c.q. verzamelnaam voor
deze mineralen.
Gebruik
van asbest
Asbest wordt al
sinds de oudheid gebruikt: in het Rome van de oudheid
gebruikten de
Vestaalse maagden het voor
hun lampenpitten.
Karel de Grote had een
tafelkleed van asbest dat
hij tot verbijstering van zijn gasten in het vuur wierp na
de maaltijd.
Asbest is tot in
de
jaren '80 van de
20e eeuw veel gebruikt in
gebouwen en woningen, vanwege bepaalde nuttige
eigenschappen: het is sterk, slijtvast, isolerend en
bovendien goedkoop. Het werd bijvoorbeeld gebruikt in:
-
asbestcement: onder
meer gebruikt in
golfplaten,
rioolbuizen,
schoorsteenpijpen, dakleien, bloembakken,
warmhoudplaatjes enzovoorts. In deze toepassing zijn de
vezels stevig gebonden en komen ze niet vrij zolang het
materiaal in goede staat en onbeschadigd is. Het
bewerken ervan wordt afgeraden;
-
spuitasbest: is tot
1978 veel toegepast als
brandwerend- en
isolerendmiddel in
schepen en gebouwen. Het is zeer kwetsbaar voor
beschadiging en daardoor asbestvezel verspreiding.
-
remblokjes: in oude
auto's,
vrachtwagens en
liften kan nog asbest
worden gevonden, hoewel dit tegenwoordig vervangen wordt
door
Aramide zoals
Twaron vezels;
-
asbestkoord:
als dichting voor kacheldeuren en stookketels;
-
asbestisolatie:
werd toegepast als brandwerende laag in onder meer vele
gebouwen en schepen. Bij het verwijderen van de laag
komen veel vezels vrij;
-
vloerbedekking: onder vinylvloeren werd vroeger soms een
asbestviltlaag aangebracht.
Vrijgekomen
asbestvezels komen overal voor. In Nederland bevindt zich in
agrarische gebieden in elke liter buitenlucht ongeveer 1
vezel, in grote steden 5 tot 10, en bij verkeerstunnels 40
tot 80 vezels per liter lucht. In gebouwen worden
asbestconcentraties gemeten van 0 tot 50 vezels per liter
lucht. De belangrijkste vezelbronnen zijn autoverkeer en
sloopwerkzaamheden.
Effecten van asbest op de gezondheid
Zolang asbest in
gebonden toestand verkeert, is er geen gevaar voor de
gezondheid. Als losse asbestvezels worden ingeademd lopen
zij vast in de kleine luchtwegen en longblaasjes. Daar
worden de kleine vezels opgenomen door
macrofagen (opruimcellen).
Vezels die hiervoor te groot zijn, kunnen gaan migreren
(wandelen) in de weefsels. Ook kunnen zij zich via de
lymfebanen verspreiden en
zo terecht komen op plaatsen ver verwijderd van de kleine
luchtwegen. Opgehoeste losse vezels en macrofagen kunnen
worden ingeslikt en verlaten het lichaam via het
darmstelsel.
Asbestziekten
Als gevolg van
blootstelling aan asbest, kunnen verschillende asbestziekten
ontstaan:
De meeste
ziekten openbaren zich pas tientallen jaren nadat de
blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden en zijn niet
of nauwelijks te genezen. In Nederland sterven volgens de
Gezondheidsraad jaarlijks
naar schatting zo'n 1600 mensen aan asbestziekten.[1]
Blootstelling
De
kans op het krijgen van
asbestziekten is afhankelijk van de totale hoeveelheid
ingeademde asbestvezels. De zogeheten cumulatieve
blootstelling, met als eenheid vezeljaar, is het
product van de blootstellingsconcentratie (uitgedrukt
in vezels per kubieke centimeter) en de blootstellingsduur
(in arbeidsjaar). Eén vezeljaar is dus 1 vezel per ml x 1
arbeidsjaar. Eén arbeidsjaar bestaat uit 240 werkdagen van 8
uur. Naarmate het aantal vezeljaren toeneemt, neemt ook de
kans op asbestziekten toe.
Voor het
blootstellingsniveau van asbest, waaronder er geen verhoogd
risico op kanker of mesothelioom zou voorkomen, is er geen
veilige grens. Eén ingeademde vezel kán dus al
gezondheidsschade veroorzaken, zij het dat dit een te
verwaarlozen risico is. Voor het krijgen van asbestose moet
er minimaal 5 vezeljaar blootstelling aan asbest zijn
geweest. Het
relatieve risico op
longkanker na blootstelling aan asbest is 3,5
[2].
[bewerken]
Kanker
Aanvankelijk
werd gedacht dat het vooral de chemische samenstelling van
asbest was die verantwoordelijk is voor de kankervorming.
Dit leidde tot de veronderstelling dat blauwe asbest de
boosdoener was en dat witte en bruine asbest door hun andere
chemische samenstelling minder gevaarlijk zouden zijn. Deze
opvatting is terug te vinden in de wetgevingen op dit gebied
in een aantal landen: gebruik van blauw asbest is verboden,
gebruik van de andere soorten aan strenge regels gebonden.
Tegenwoordig gaat men er vanuit dat de 'vezelgeometrie' (lengte-diameterverhouding)
van de asbestvezels bepalend is voor het kankerverwekkend
vermogen. Asbest is dan ook niet kankerverwekkend in de
biochemische zin; kankerbevorderend is een betere
omschrijving.
Waarschuwingen
In
Groot-Brittannië werd asbestose in
1931 erkend als
beroepsziekte. Ook in Nederland waarschuwde de
arbeidsinspectie in de
jaren '30 al voor de
gezondheidsgevaren van asbest.
[bewerken]
Asbest
verwijderen
Voordat asbest
verwijderd wordt, moet een
asbestinventarisatie
(SC-540)gemaakt worden. Of asbest moet worden verwijderd is
afhankelijk van de wijze waarop het asbest gebonden is in
het materiaal. Hechtgebonden asbest kan meestal beter
blijven zitten. Dit materiaal levert geen gevaar op als het
in goede staat verkeert en niet wordt bewerkt. Of er in het
geval van losgebonden asbest (of:
niet-hechtgebonden asbest) maatregelen nodig zijn, hangt
af van het feit of het materiaal al dan niet is afgeschermd.
Verder speelt de afweging een rol of het asbest zich op een
plaats bevindt waar regelmatig mensen komen.
In
Nederland staat het de
eigenaar van een gebouw vrij te beslissen over wel of niet
verwijderen van asbesthoudend materiaal. Indien tot
verwijdering van asbest wordt besloten, moet men zich houden
aan de regels die door het
Asbest-verwijderingsbesluit
en de gemeentelijke bouwverordening zijn gesteld. In de
meeste gevallen is voor het verwijderen van asbest
toestemming van de
gemeente nodig. Er gelden
strenge voorschriften voor het verwijderen van asbest. Het
niet volgens de voorschriften verwijderen van asbest is vaak
een stuk gevaarlijker dan het laten zitten van dit
materiaal. Op het niet volgens de voorschriften verwijderen
zoals hierboven genoemd staan dan ook hoge boetes.
In Nederland
dient alle asbestafval gestort te worden. Asbest valt onder
de "gevaarlijke afvalstoffen" en mag alleen gestort worden
op een gespecialiseerde stortplaats. Er bestaan in Nederland
vier stortplaatsen die gevaarlijk afval accepteren.
Volgens het
rapport Naleving Asbestregels dat in opdracht van de
ministeries van sociale zaken en van milieu in 2009 werd
opgesteld, gebeurt veel verwijdering van asbest illegaal en
worden de wettelijke voorschriften sterk onvoldoende
nageleefd. De
Rekenkamer konstateerde in
2007 al dat de controle
erop grote tekortkomingen vertoont. Ook is onduidelijk waar
het merendeel van het verwijderde asbest blijft.[3]
Asbestwetgeving in Nederland
De kern van de
Nederlandse asbestregelgeving is het verbod op het bewerken,
verwerken of in voorraad houden van asbest of asbesthoudende
producten.
In
arbeidssituaties geldt het
Arbobesluit, ook wanneer
niet direct met asbest gewerkt wordt, bijvoorbeeld wanneer
blootstelling plaatsvindt doordat men werkt in een
bedrijfsruimte of gebouw waar asbest is aangebracht als
brandwerend middel.
Komt een
werknemer in een arbeidssituatie in aanraking met asbest en
wordt hij daardoor ziek, dan kan hij de geleden schade
vorderen van zijn (oud-)werkgever. Dit is op grond van het
algemene (in het Burgerlijk Wetboek neergelegde) beginsel
dat de werkgever schade die een werknemer lijdt in de
uitoefening van zijn beroep, dient te vergoeden.
Aansprakelijkheid
Bij het optreden
van een beroepsziekte treden vaak juridische kwesties op:
wie is er aansprakelijk voor de ziektekosten, maar ook voor
immateriële schade.
Wanneer de
beroepsziekte is veroorzaakt door het blootstellen aan een
gevaarlijke stof, dan is in
Nederland de
werkgever aansprakelijk als
bedrijfs- of beroepsmatige gebruiker van die
stof op grond van artikel
175 van boek 6 van het
Burgerlijk Wetboek (art.
6:175 B.W.). Hierbij geldt een
risicoaansprakelijkheid: de
dader is ook aansprakelijk, als hij geen schuld heeft aan
het ontstaan van de schade.
Dit is echter
anders met de aansprakelijkheid die rechtstreeks voortvloeit
uit het
arbeidsrecht: daar geldt
een
schuldaansprakelijkheid,
waarbij de werkgever pas aansprakelijk is als hij niet aan
zijn zorgplicht heeft voldaan. Dat wil zeggen, dat hij er
niet alles aan heeft gedaan om zijn werknemer op een veilige
werkplek te laten werken met de nodige
veiligheidsmaatregelen. De aansprakelijkheid, die hier
specifiek geldt in de arbeidsrelatie, is vastgelegd in
artikel 658 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (art.
7:658 B.W.).
Dergelijke
claims van slachtoffers van beroepsziekten worden vaak
behandeld door een
letselschadeadvocaat. Dit
is een specialisatie binnen het beroep van
advocaat.
Asbest
in het milieu
Het bovenstaande
betreft ziekten van werknemers die aan asbest zijn
blootgesteld. In Nederland zijn ook mensen in het milieu aan
asbest blootgesteld, bijvoorbeeld doordat asbesthoudend
afval als wegverharding is gebruikt. In bepaalde gebieden
komt hierdoor de specifieke kanker
mesothelioom meer voor,
onder andere rond
Goor, in de omgeving van de
asbestfabriek
Eternit en
Harderwijk rond de
asbestfabriek van Asbestona. Op 20 december 2005 maakte
staatssecretaris
Pieter van Geel bekend dat
er een landelijk fonds zal worden ingesteld om deze
slachtoffers een schadevergoeding te geven. Per december
2007 is deze regeling van kracht geworden en ontvangt elke
patiënt met mesothelioom een vergoeding van € 17000 van de
overheid. De Eternit-fabriek heeft, zonder schuld te
bekennen voor de asbestvervuiling, aangegeven een uitkering
te willen verstrekken. De Eternit-fabriek verstrekte gratis
asbestafval voor de verharding van paden en erven.
In mei 2006 is
door het
Ministerie van VROM in
samenwerking met
SenterNovem het Landelijk
Meldpunt Asbest opgericht waar burgers via een gratis
telefoonnummer of een website melding kunnen maken van het
ongecontroleerd voorkomen van asbest in het leefmilieu.
Inmiddels hebben ruim 2.000 mensen via het meldpunt een
asbestsituatie aangemeld. Deze meldingen zijn door
SenterNovem doorgestuurd naar de juiste overheidsinstantie,
die de melding verder afhandelt.