Alleen microscopisch
onderzoek kan bepalen of iets echt asbest bevat.
Er bestaan verschillende
vormen van asbestonderzoek. U kunt een risico-analyse laten maken, of
een globaal onderzoek uit laten voeren. Bij sloop van gebouwen is echter
vrijwel altijd een volledig asbestonderzoek verplicht.
Een asbestinventarisatie kan
dan duidelijkheid verschaffen. En zelfs als asbestverdacht materiaal is
aangetroffen, kan alleen onderzoek met een elektronenmicroscoop
uitwijzen
of het ook echt asbest is.
Dit mag alleen verricht worden door hiervoor
speciaal gecertificeerde asbestinventarisatie-bedrijven, die in het
bezit zijn van het SC-540 certificaat. Bij sloop van objecten is altijd
een volledige asbestinventarisatie verplicht. Bij zo'n volledige
asbestinventarisatie wordt de bouwgeschiedenis bestudeerd en wordt ter
plekke gekeken of er asbestverdachte materialen in een pand of object
aanwezig zijn. Indien wenselijk kan een risico-analyse inzicht geven in
mogelijk gevaar voor de gezondheid. Als asbest is aangetroffen kunnen
grond- en luchtmonsters aantonen of er concentraties asbestvezels
aanwezig zijn die de wettelijke norm overschrijden.
Wijzigingen
Recent is door SZW een
geheel nieuwe norm (de SC-540) voor asbestinventarisaties per 1 juni
2008 bindend verklaard. Dit houdt in dat enkele dingen zullen veranderen
die wel consequenties voor u hebben. De voornaamste wijzigingen hebben
wij voor u op een rij gezet.
In de
norm SC-540 wordt onderscheid gemaakt tussen een type A, type B en
type 0 onderzoek.
Type A: Op grond van
de SC-540 dient de opdrachtgever zelf zorg te dragen voor het aanleveren
van documenten waaruit de toepassing
van asbest en asbesthoudende producten blijkt. Dit kunnen
bouwtekeningen, archieven van verbouwingen of renovaties, beschrijvingen
van calamiteiten of incidenten of eventueel eerder uitgevoerde
asbest(deel)saneringen zijn. U kunt dit ook bewerkstelligen door
archieven aan ons beschikbaar te stellen. Daarnaast moet de
opdrachtgever de mogelijkheid bieden (indien van toepassing)
(ex-)werknemers te laten interviewen.
De uitvoering van de
asbestinventarisatie dient zo plaats te vinden dat een onbelemmerde
door- en toegang tot ALLE ruimtes mogelijk is. De inventarisatie mag met
behulp van handgereedschap (al dan niet met licht destructief onderzoek)
uitgevoerd worden. Als bij een type A onderzoek niet alle ruimtes
toegankelijk zijn, kan een vervolg type A onderzoek worden uitgevoerd
als het gebouw of de ruimte niet meer in gebruik is. Hiervan wordt dan
een aanvullende rapportage opgesteld.
In de SC-540 wordt
onderscheid gemaakt bouwwerken en objecten. Het is toegestaan een deel
van een bouwkundige eenheid te onderzoek (bijvoorbeeld alleen de
dakbedekking of een vensterbank in een ruimte) Het is niet toegestaan
afzonderlijke bronnen of constructiedelen te inspecteren
De indeling van alle
asbesthoudende materialen in risicoklassen wordt uitsluitend uitgevoerd
met behulp van SMA-rt (StoffenManager Asbest), een digitaal instrument
dat via internet beschikbaar is. De risicoklasse is mede afhankelijk van
de methode van verwijdering. Het voordeel van deze manier van
risicoklassebepaling is dat een uniforme uitkomst gegarandeerd wordt.
Ieder afzonderlijk adviesbureau moet uiteindelijk op dezelfde
risicoklasse uitkomen.
Type
B: Een type B
onderzoek wordt altijd uitgevoerd als vervolg op een type A onderzoek.
De gemeente kan bijvoorbeeld een sloopvergunning afgeven onder
voorwaarde dat tijdens de sloop
het (door het asbestinventarisatiebureau geadviseerde)
type B onderzoek wordt uitgevoerd.
Een type B onderzoek wordt
geadviseerd wanneer tijdens het type A onderzoek een redelijk vermoeden
bestaat van de aanwezigheid van niet direct waarneembaar asbest. Dit kan
bijvoorbeeld het geval zijn bij riolering onder de woning of verloren
bekisting bij funderingen. Tijdens dit type B onderzoek zal zwaar
destructief onderzoek warden uitgevoerd. Dit dient ALTIJD te
gebeuren in samenwerking met een (SC-530) gecertificeerde
asbestverwijderaar.
Het type B onderzoek
onderscheidt zich van het vervolg type A onderzoek doordat het hier gaat
om materialen die niet direct waarneembaar zijn en waarbij zwaar
destructief onderzoek moet plaatsvinden.
Type
0: Een type 0
onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan een risicobeoordeling conform
NEN 2991. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of er asbest
aanwezig is in een gebouw dat nog in gebruik is. Wanneer is vastgesteld
dat binnen een (nog in gebruik zijnd) gebouw asbest aanwezig is, kan
aanvullend een risicobeoordeling worden uitgevoerd conform NEN
2991.
Dit
onderzoek is dus NIET geschikt voor het aanvragen van een
sloopvergunning.
Samenvattend
Al met al
verandert er dus het een en ander in de uitvoering van een
asbestinventarisatie.
-
Er dient goed acht op te worden
geslagen of er nog asbesthoudende materialen aanwezig kunnen zijn.
Hierbij kunt u dus te maken krijgen met vervolgonderzoeken (type A)
of met onderzoeken tijdens de sloop van gebouwen (type B) vanwege
niet direct waarneembaar asbest.
-
Bij afzonderlijke onderdelen in
een gebouw dient per geval te worden beoordeeld of dit als deel van
een bouwwerk I object kan warden beschouwd
-
Daarnaast is de opdrachtgever dus
zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van een historisch
onderzoek (desk research), iets wat voorheen door het
inventarisatiebureau werd uitgevoerd.